Cognitieve gedragstherapie

In de cognitieve gedragstherapie (CGT) staat de invloed van het denken op gevoelens en gedrag centraal. De kerngedachte is dat psychische klachten verband houden met niet helpende gedachten. Dit kan leiden tot nare gevoelens en gedragsproblemen. Wanneer er sprake is van psychische klachten zijn de gedachtepatronen die zich voordoen vaak niet reëel. Ze worden bijvoorbeeld sterk gekleurd door sombere gedachten: ‘Ik kan niks, niemand vindt mij leuk.’ Of angstopwekkende gedachten: ‘Als ik maar geen paniekaanval krijg, ze lachen me uit.’ Tijdens de therapie gaat het kind of de jongere samen met de therapeut deze gedragspatronen onderzoeken. Wanneer deze gedragspatronen het kind belemmeren, leert hij of zij technieken om deze te doorbreken. Dit leidt tot vermindering van de psychische klachten, meer positieve gevoelens en gedrag dat beter aansluit bij wat het kind wil bereiken.

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat cognitieve gedragstherapie zeer effectief is.